Diana Ozon
Column
26 april 2003
en
twee gedichten 1986
Becquerelmeter
"Becquerelmeter",
is het eerste woord waaraan ik denk bij de
zeventienjarige herdenking van Tsjernobyl. Mijn taal
is erdoor verrijkt en ikzelf ook. In mij zit sinds
1986 Cesium-137. Het is een stukje van mij geworden
dat bewijst dat ik Europeaan ben. Zoals dat ook een
geografisch identificatiekenmerk was bij een
onbekende dode in Australië. Niet dat ik mij graag
Europeaan wil voelen maar Tjernobyl heeft dat fysiek
laten vastleggen. Ineens werd ik bewuste bewoner van
een streek op de grenzenloze Aarde.
Voor
de wind van het weerkaartje woon ik niet ver weg. Het
waaide met de wolken en streek neer op akkers.
Oogsten werden doorgedraaid en veestapels vernietigd.
Rendieren in Scandinavië, Spinazie in Italië,
paddestoelen in Duitsland maar ook in Nederland, in
België, Groot-Brittannië, in West-, Noord-, Zuid- en
in het Oost-Europa. Overal vloeide de melk de riolen
in en werden groenten als chemisch afval naar
verwerkingsfabrieken gebracht. Zo degelijk ging het
althans in mijn herinnering maar ook werd er
gesjoemeld. Zo zou volgens kwade tongen besmette
spinazie stiekem in de pasta verde zijn verwerkt. De
meest oplettende consumenten liepen met
stralingsmeters, geigertellers of bequerelmeters
langs de supermarktschappen. De militaire dumphandels
waren in een flits uitverkocht. Zelfs gasmaskers
vonden ineens gretig aftrek. Een kortstondige
hysterie heerste.
Ik
keek achter gesloten ruiten naar buiten. De lucht was
onbetrouwbaar. De tocht streek tussen de sponningen
door langs mijn gezicht. Waarschijnlijk herinner ik
mij dat omdat er welhaast tranen over mijn wangen
moeten hebben gelopen. Meer dan ooit voelde ik door
die onstopbare windvlaag de schijnveiligheid van een
huis. Het maar moeten vertrouwen dat het goed zit met
eerste behoeften: licht, lucht, water, eten en een
dak boven het hoofd. Ik had het allemaal en toch zat
het niet goed. En ik wist, nu dit gebeurd was, dat
het ook nooit meer goed zou komen. Dat waar altijd
voor was gewaarschuwd was gebeurd. Ik ben een kind
van het atoomtijdperk en de Koude Oorlog en
verwachtte altijd aan de horizon op zekere dag die
beruchte paddestoel. Nu was de bom gebarsten en er
bleek niets te zien en niks te horen. Het waren
grauwe dagen en de vogels floten vanwege de lente.
Mijn moeder huilde met mij aan de telefoon: "en dat
in vredestijd". Ze zei dat ze alle vogels naar binnen
zou willen roepen om te wachten tot het ergste
voorbij was. Ik zag voor mij hoe ze samen met de
merels, mussen, mezen, het roodborstje en de reiger
en een stel brutale kauwtjes in de huiskamer met
angstige ogen het journaal zouden volgen. Ik op mijn
beurt zou haar onder mijn vleugels willen nemen en
troosten. Ik had gewild dat zij en de vogels en
iedereen en alles zo klein waren dat ik ze kon
beschermen tegen alles. Maar ik voelde mij zelf zo
nietig en machteloos tegenover deze kernramp.
Meer
dan ooit zijn de microkosmos van het atoom en de
macrokosmos van de Aarde duidelijk één geheel. De
mensen zijn net als de atomen stof in de eeuwigheid.
We zijn tot goede dingen in staat en tot
slechte.
Mij
hebben deze overpeinzingen een paar nare gedichten
opgeleverd. Gedichten die niet mooi zijn, geen hoop
geven maar rampzalig aflopen. Verbitterde gedichten.
Tsjernobyl heeft op alles invloed gehad zelfs op de
poëzie.
Indien
mijn een bad overloopt
loop
ik niet eerst naar beneden
Ik
probeer meteen te dweilen
Helaas komen de buren vanzelf
Ze
bieden aan te helpen
Ze
mogen niet eens kijken
Ik doe het zelf in schaamte
ruim
op al raak ik doorweekt
Erna
zie ik wel hoe ik leef
Ik en mijn domme ijver
De
buren hadden notabene
een
waterstofzuiger
Het plafond kwam op ze neer
Ikzelf
zit met de brokken
heb
hier geen leven meer
(
1986)
Industriële wonderen
zoals
kerncentrales
zijn
krachtige dingen
maar niet machtig
tegen
tegenwerking
van
de Aarde zelf
De natuur valt aan
met
het grootste leger
en
is overal aanwezig
Zij trekt geen grenzen
tussen
dieren en mensen
klassen
of grassen
Ze bijt in de bodem
waait
met de wolken
vloeit
met de golven
De Aarde gaat niet dood
leeft
en blijft stralend
onuitblusbaar
en heet
Er loopt alleen niets rond
op
de kale planeet
De
krijs van een vogel
wordt er niet gehoord
Vertel
elkaar vandaag nog
wie
morgen wordt vermoord
(
4 mei 1986)